Zorg
vorige
volgende
 

In onze maatschappij hebben we de beschikking over taal om elkaar van alles duidelijk te maken. Dat kan erg handig zijn. We gebruiken die taal dan ook veelvuldig. Met onze stem of middels het geschreven woord, zoals bijvoorbeeld via deze krant. Met taal kunnen we elkaar bereiken. Soms zijn we ons minder bewust van de enorme impact die taal op ons heeft. We gebruiken haar (ze is zo mooi, ze moet wel vrouwelijk zijn..) net zoals we ademen. Het gaat bijna vanzelf. In bepaalde beroepen moet men zich meer bewust zijn van taal en er zorgvuldiger mee omspringen. Bijvoorbeeld in het talenonderwijs of in de journalistiek, maar ook in therapeutenland. Vooral in therapie moet tactvol en diplomatisch te werk worden gegaan, omdat woorden zo’n impact hebben dat ze als een moker bij iemand binnen kunnen komen. Woorden hebben onzichtbare lijntjes naar onze gevoelens en emoties. Dus: voorzichtigheid geboden.
Om weer even terug te komen op die maatschappij van ons. Daarin liggen ongeschreven maar zeer duidelijke en zelfs strenge wetten opgeslagen. Onlangs stelde een hogeschooldocent mij de vraag: hoe kan ik aan een student die een enquête moet opstellen, duidelijk maken dat een vraag als: ‘ben je voor of tegen de moord op Theo van Gogh’, niet kan? De argeloze student kwam uit een andere cultuur en begreep niet dat de vraag ‘gewoon niet kon’. Volgens mij had dit heel duidelijk met die collectief onbewuste wetten te maken. In onze maatschappij mag moorden niet en kun je dus sowieso nooit vóór een moord zijn. Laat staan dat je voor deze specifieke moord zou zijn in een democratisch land waar ‘iedereen’ het recht heeft op vrije meningsuiting. Zo zijn er nog veel meer do’s en don’ts te noemen. Waar ik de laatste dagen over puzzelde is het volgende. Wat in onze maatschappij ook erg ongeschreven aanwezig is, is het feit dat we zielig zijn als we ergens niets aan kunnen doen. Stel dat er bij ons wordt ingebroken en we raken een familie erfstuk kwijt. Dan zijn we sneu. Het huis was goed beveiligd en we konden er niets aan doen. We zijn dus slachtoffer. Als er kortsluiting is en onze televisie vliegt in de brand terwijl hij net uit de garantieperiode is, zijn we sneu. Pechvogels. Als we op straat lopen en onze tas wordt gegapt: slachtoffer van een tasjesdief. We zijn ook ontzettend slachtoffer als we ergens mee tobben en daar psychische klachten van ondervinden zoals overspannenheid of depressie.
In alle gevallen waarover men het eens is dat we er toch echt niets aan kunnen doen, roepen we bij derden vaak zorg op. ‘Hoe is het nu met je sinds de brand?’, ‘Nou meid, je hebt wel een jasje uitgedaan, hè, sinds die diefstal?’ Automatisch roepen we medeleven en zorg op als ons iets is ‘overkomen’. Bijna hebben we dan recht op zorg.
Zorg is een heel interessant thema, het kan niet in 400 woorden. Volgende keer verder. Misschien heeft u ook zo uw ideeën over zorg, kijken of die dezelfde richting uitgaan als die van mij volgende week…
Martine Clausen, zorgvuldig formulerend = zorgformulerend.


Heeft u vragen of wilt u reageren: klik hier